Programma Mobiliteit
Omschrijving
Het programma Mobiliteit omvat onze activiteiten op het gebied van verkeer en vervoer in en om de stad. Bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid zijn hierbij de belangrijkste uitgangspunten. Daarbij zetten we in op stimuleren van fietsgebruik in de stad, hoogwaardig openbaar vervoer, hoogwaardige parkeerfaciliteiten in het centrum en een goede doorstroming voor de auto op hoofdroutes. Mobiliteit is sterk gerelateerd aan een aantal programma's. In het programma Openbare ruimte vindt het beheer en onderhoud plaats van de voorzieningen die vanuit het programma Mobiliteit zijn gerealiseerd. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om onderhoud van wegen, fietspaden en verkeersregelinstallaties. De relatie met het programma Klimaat & Energie ligt in de effecten die verkeer en vervoer kunnen hebben op de kwaliteit van klimaat, lucht en geluid. Met dit programma delen we ook het belang om fietsgebruik en vervoer met schone brandstoffen te stimuleren. De relatie met Ruimte & Cultuurhistorie is er op gericht om binnen de ruimtelijke ontwikkeling voldoende aandacht te besteden aan de meest passende en effectieve infrastructuur. Voor het programma Economie proberen we de bereikbaarheid van de stad en de aantrekkingskracht van de binnenstad zo optimaal mogelijk te maken. Tenslotte is Mobiliteit nauw verweven met het programma Grondbeleid, omdat vanuit dat programma een aantal grote infrastructurele projecten worden gerealiseerd.
Maatschappelijk effect
Wij willen een betrouwbare lokale en regionale bereikbaarheid van Nijmegen, die een bijdrage levert aan de economische vitaliteit van de stad. Ook streven we naar voldoende en toegankelijke parkeergelegenheid en zo hoog mogelijke verkeersveiligheid; dit alles binnen de krappere financiële kaders in verband met de bezuinigingen.
Vergroten bereikbaarheid en doorstroming
Wat willen we bereiken
Wij streven naar een goede bereikbaarheid van Nijmegen van buiten de stad en van de bestemmingen in de stad en naar een goede doorstroming van het autoverkeer, zodat wij inwoners, bezoekers en ondernemers in onze stad de gelegenheid bieden die vervoersmodaliteit te kiezen, die bij hun situatie past.
Wat hebben we bereikt
Onze ambitie voor 2013 was gericht op het handhaven van de bestaande kwaliteit van bereikbaarheid. Dit in de veronderstelling dat de vraag naar automobiliteit zou toenemen, terwijl het aanbod aan infrastructuur tot aan de opening van De Oversteek eind november 2013 gelijk blijft. In de realisatie zien we de bereikbaarheid in 2013 op gelijk peil is gebleven met het voorgaande jaar. De gemiddelde reistijd over de gemeten trajecten is zelfs een fractie verbeterd. Ook de extra reistijd in de spits is een fractie afgenomen. Alleen de reistijd op het traject Ressen – Keizer Karelplein v.v. is als gevolg van de tijdelijke bypass / verlengde Waalbrug licht gestegen. De onbetrouwbaarheid van de reistijd is in 2013 gelijk gebleven.
Hoewel de drukte (vervoersbewegingen met de auto) op de belangrijkste invalswegen in 2013 aanhield, is het oordeel van Nijmegenaren over de bereikbaarheid van de stad met de auto significant verbeterd (een stijging van de waardering van 5,9 in 2011 naar 6,4 in 2013). Ook het oordeel van de Nijmegenaren over de bereikbaarheid van bestemmingen binnen de stad met de auto of met de fiets valt in 2013 wat positiever uit dan in 2011. De hogere waardering heeft ongetwijfeld te maken met een betere doorstroom en verkeersafwikkeling door een betere afstemming van verkeerslichten en een betere spreiding van het verkeer in de stad. De peiling heeft plaatsgevonden vóór de opening van de Oversteek. De komst van de Oversteek in relatie tot het gebruik van de S100-route zal in de toekomst bijdragen aan een betere spreiding van de doorstroming van het verkeer in de stad. In de opvallende verbetering van de waardering van de bereikbaarheid van onze stad zien wij een bevestiging. Een bevestiging dat sprake is van een groot besef, begrip èn bovenal breed draagvlak voor de forse investeringen in een toekomstbestendige verbetering van onze infrastructuur. Dit alhoewel wij de daadwerkelijke effecten pas in 2014 verwachten.
Indicatoren
Vergroten bereikbaarheid en doorstroming | Realisatie 2012 | Doelstelling 2013 | Realisatie 2013 |
1.1 Gemiddelde reistijd tijdens de spits (tussen haakjes:variatie in reistijd) in minuten | 12 | 12 (1.7) | 13 (1.7) |
1.1a Knooppunt Ressen - Keizer Karelplein | 9 | 9 (0.6) | 10 (0.7) |
1.1b Keizer Karelplein - Knooppunt Ressen | 6 | 6 (0.4) | 6 (0.4) |
1.1c Keizer Karelplein - Goffert | 7 | 7 (0.8) | 6 (0.6) |
1.1d Goffert - Keizer Karelplein | 6 | 6 (0.5) | 6 (0.4) |
1.1e Goffert - knooppunt Neerbosch | 5 | 5 (0.5) | 5 (0.4) |
1.1f knooppunt Neerbosch - Goffert | |||
1.1h knooppunt Lindenholt - Goffert | 7 | 7 (1.0) | 6 (0.6) |
1.2 Waardering bezoekers bereikbaarheid van de stad | 6 | 5.9 | 6.4 |
Wat hebben we ervoor gedaan
NB: De gerealiseerde gemiddelde reistijden van de auto worden gemeten op diverse trajecten. Deze trajecten zijn in de nieuwe stadsbegroting uitgebreid. Van de genoemde trajecten worden metingen verricht sinds juni 2010.
- Wij hebben in regionaal verband samengewerkt aan die maatregelen die de bereikbaarheid van de stad en de regio verbeteren. Bij de aanpak verbreding van de A50 bij Ewijk hebben wij met succes gepleit om al in een vroeg stadium de Duitse bocht bij knooppunt Neerbosch te verbreden. Verder heeft de regio met een aanzienlijke inbreng van de gemeente Nijmegen een omvangrijk pakket van benuttingsmaatregelen opgesteld en deels al uitgevoerd in het kader van het programma dat het Rijk hiervoor heeft vrijgegeven. Ook de maatregelen in Nijmegen op dit vlak (zie hieronder) vallen voor een belangrijk deel onder dit programma.
- Het Rijk gaat ondanks de bezuinigingen door met de uitvoering van de doortrekking van de A15; de toltarieven heeft de Minister na scherp aandringen van de provincie aangepast.
- Wij hebben een eerste verkenning verricht van de mogelijkheden van de doortrekking van de A73 naar de A15; voor een definitief oordeel is het nu echter te vroeg. In 2014 of 2015, wanneer wij beschikken over meetgegevens, waarin de verbreding van de A50 en de effecten van de Oversteek zijn meegenomen, voeren wij het onderzoek naar de doortrekking van de A73 uit.
- De vastgestelde uitgangspunten hebben hun vruchten afgeworpen. Op basis hiervan zijn en worden strenge eisen gesteld aan de uitvoering van die projecten die kunnen leiden tot forse verkeershinder. Een goed voorbeeld hiervan zijn de diverse grote projecten in Nijmegen-Noord die dankzij deze eisen hebben geleid tot acceptabele verkeershinder. Ook bij de voorgenomen grote projecten in 2014 (Station Goffert, Knoop Neerbosch, toekomstige groot onderhoud en renovatie Waalbrug) zullen deze eisen maatgevend zijn.
- De doorstroming van het autoverkeer is verbeterd door de inzet van dynamisch verkeersmanagement (DVM): grip op verkeer, scenario’s en benuttingsmaatregelen. Waar het kan werken we met variabele snelheden op doorstroomwegen. Wij hebben vooruitlopend op de opening van De Oversteek diverse voorzieningen (routeinformatie, aanpassen verkeerslichten, monitorinstrumenten) getroffen op de stedelijke hoofdwegen en de S100. Op de Neerbosscheweg bij het Maas-waalkanaal hebben wij variabele snelheden geïntroduceerd.
- Een vijftal kruispunten op de S100 met de meest urgente doorstromingsproblemen hebben wij aangepast. Dit heeft geleid tot kortere wachttijden. Dit is zo veel mogelijk geschied in de autoluwe periodes waaronder vakanties.
- In de Waalsprong is de ongelijkvloerse fietsverbinding over de Graaf Alardsingel (Het Groentje) gerealiseerd. Voor de fietstunnel onder de Prins Mauritssingel bij de Laauwikstraat hebben we de bestemmingsplanprocedure gestart en zijn er financiële afspraken gemaakt.
- Met de gemeente Lingewaard hebben wij een bestuursconvenant getekend waarin wij afspraken hebben gemaakt over de voorbereiding van de aanleg van de Dorpensingel. Voor de omwonenden van het tracé van de Dorpensingel en van de Vossenpelsssestraat hebben wij een eerste informatieavond georganiseerd over deze verbinding en over de knip in de bestaande route. Voor de verkenning van de mogelijke knip in de Griftdijk wachten wij eerst de effecten van de opening van De Oversteek af. Met de gemeente Lingewaard hebben wij een schetsontwerp gemaakt voor de Dorpensingel op basis waarvan wij met de provincie overleggen over subsidiemogelijkheden.
- Voor de aanpassing van het kruispunt Neerbosscheweg – Ijpenbroekweg/Hogelandseweg hebben wij de aanbestedingsprocedure gestart.
- Nabij de Weezenhof willen wij in 2014 een P&R‐terrein ontwikkelen met een accent op de overstap op (elektrische) fietsen.
- We hebben een start gemaakt met het verkeerskundig beheer van de verkeersregelinstallaties in de stad. Dit heeft geleid tot een aanpassing van de verkeerslichten op de St. Annastraat, waardoor de wachttijden zijn verkort en sturing op de instelling van de verkeerslichten (oud en nieuw) in Nijmegen-Noord, De Oversteek en de S100 route. In 2014 gaan we hiermee door om het aantal voertuigverliesuren verder te beperken.
- We hebben een studie verricht naar de verbetermogelijkheden van de doorstroming op de Neerbosscheweg. Hiermee is een aanzet gegeven om in 2013 een groene golf op dit deel van de doorstroomroute te realiseren waarbij de automobilist wordt geadviseerd over de optimale rijsnelheid.
- We hebben in 2013 de mobiliteitsmaatregelen tijdens de Vierdaagse verder uitgebreid, gericht op een autoluw centrum, meer fietsparkeerplekken net buiten de singels en meer inzet van transferia.
- We hebben de installatie van extra verkeerscamera’s aanbesteed (realisatie voorjaar 2014) om de doorstroming beter te kunnen volgen en sneller en adequater te kunnen reageren op knelpunten.
- We hebben onze Twitter account Naar Nijmegen verder bekendheid gegeven en het aantal volgers is van gegroeid van 2.500 met ruim 1.100 volgers naar 3.600 volgers.
Kwaliteit, kwantiteit en gebruik parkeervoorzieningen
Wat willen we bereiken
Wij zetten in op een verantwoord en acceptabel evenwicht tussen de vraag naar en aanbod van parkeerplaatsen. Belangrijke randvoorwaarden daarbij zijn een goede bereikbaarheid, een aantrekkelijke binnenstad en een leefbare woonomgeving. Wij streven naar één beschikbare parkeerplaats voor iedere woonadres en naar een passend parkeeraanbod voor forens, ondernemer of bezoeker van onze stad.
Wat hebben we bereikt
In algemene zin is de parkeerdruk in de avonduren op straat gedaald terwijl de bezetting van de parkeergarages is toegenomen. Garages worden beter gebruikt en ook het transferium wordt in het weekend beter gevonden. Afgeleid gevolg is dat de parkeerdruk zich meer en beter spreidt. Dit heeft een positief effect op de bereikbaarheid van de binnenstad en de mogelijkheid een vrije parkeerplaats voor een laag bedrag te vinden. Hierdoor is het rustiger geworden op straat en is het voor de bewoners weer mogelijk om na thuiskomst in de directe omgeving van de woning een vrije parkeerplaats te vinden. Ook de visite van de binnenstadsbewoners vinden gemakkelijker een vrije parkeerplaats in de buurt van hun bezoekadres.
De parkeerder heeft het avondparkeren geaccepteerd, dit komt mede doordat er goedkope alternatieven in de parkeergarages en terreinen zijn. Dit blijkt ook uit een consultatie van het stadspanel waarbij het overgrote deel van de deelnemers aan het stadspanel (dit bestaat uit 1.600 Nijmegenaren) aangeeft tevreden te zijn met de invoering van het avondparkeren. Zoals uit onderstaande grafiek blijkt, staat 82% van de Nijmegenaren achter de maatregel waarbij bezoekers gestimuleerd worden om voor € 0,50 per uur te parkeren in een garage, zodat voor bewoners in het centrum ruimte vrijkomt om dicht bij hun woning te parkeren.
3050540697865
Wat vindt men van de maatregel om bezoekers aan de stad te stimuleren voor€ 0,50 per uur in een garage te parkeren, zodat ruimte vrijkomt voor bewoners om dicht bij hun woning te parkeren? (In % van alle respondenten)
Wat vindt men van de maatregel om bezoekers aan de stad te stimuleren voor€ 0,50 per uur in een garage te parkeren, zodat ruimte vrijkomt voor bewoners om dicht bij hun woning te parkeren? (In % van alle respondenten)
Daarnaast oordeelt men positief over het lage tarief in de garages vanaf 18.00 uur. Bijna een kwart van de bevraagde Nijmegenaren (23%) geeft te kennen dat zij door de maatregel het centrum eerder zullen bezoeken.
Indicatoren
Kwaliteit, kwantiteit en gebruik parkeervoorzieningen | Realisatie 2012 | Doelstelling 2013 | Realisatie 2013 |
2.1 Parkeeraanbod Centrum (1.1) | |||
2.1a Straatparkeren | 3.450(1.2) | 3.250 | 3.450 (1.3) |
2.1b Garageparkeren | 1.920(1.2) | 2.338 (1.5) | 2.050 (1.5) |
2.1c Transferia | 550 | 550 (1.9) | 550 (1.9) |
2.2 Piekbezettingsgraad centrum (2.1) | 3780 | 3776 | |
2.2a Straatparkeren(2.2) | 74% | 74% | 65% |
2.2b Garageparkeren (2.3) | 1.010 | 1.100 | 1.256 |
2.3 Betalingsgraad(3.1) | 90% | 90% | 90% |
2.3a Kortparkeren | 93% | 94% | 94% |
2.3b Inclusief vergunningen | 93% | 94% | 94% |
2.4 Tevredenheid (4.1) | 5,7 | 5,6 | 5,8 |
Toelichting indicatortabel
Indicator 2.1 Parkeeraanbod centrum
1. 1.Het parkeeraanbod centrum omvat straatparkeren en garageparkeren.
Straatparkeren: De centrumgebieden A tot en met D gezamenlijk (gebied ten zuiden van de Waal en binnen de singels) en de invloedsgebieden rond het centrum (Bijleveldsingel, Wedren e.d.).
Garageparkeren: Optelsom van alle centrumgarages exclusief de Stadhuisgarage omdat deze vanwege het huidige gebruik weinig invloed heeft op de parkeerbalans.
1.2.Het Molenpoortdak wordt niet langer als garage gezien maar valt onder het straat parkeren. Het aantalgarageplekken is daardoor verminderd met 350 en het aantal straatparkeerplaatsen is met 350opgehoogd.
1.3.De verlaging volgt uit de buitengebruikstelling van de parkeerplaatsen achter de Hezelpoort van de stichting Oude Stad wordt pas in 2014 gerealiseerd. Deze worden naar verwachting deels gecompenseerd als straatparkeerplaatsen
1.5.De verhoging volgt uit de oplevering van de garage Plein ’44 (418 stuks). Wordt pas in 2014 gerealiseerd.
1.6.De verhoging volgt uit de oplevering van de parkeervoorziening Oude Stad (360 stuks)
1.9.Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek naar nieuwe transferia kan dit cijfer in de komende jaren wijzigen.
Indicator 2.2 Piekbezettingsgraad centrum
2.1.Als moment van piekdrukte wordt de zaterdagmiddag aangehouden (bron: ECORYS rapport Parkeerdrukmeting april 2013), weergeven wordt het aantal op dat moment geparkeerde voertuigen op straat en in de garages.
2.2.De centrumgebieden A tot en met D gezamenlijk (gebied ten zuiden van de Waal en binnen de singels). In voorgaande telling 2653 voertuigen , in 2013: 2250 geparkeerde voertuigen op de zaterdagmiddag. Deze afname is gevolg van de beleidsdoelstelling om parkeerders te verleiden meer gebruik te maken van de garages en wordt in 2013 dan ook volledig gecompenseerd door een toename van het aantal garage parkeerders.
2.3.De optelsom van alle gemeentelijke centrumgarages waarbij de Stadhuisgarage niet is meegenomen. Het referentiekader: Op basis van een onderzoek van Empaction dat gebaseerd is op 100 exploitaties van parkeergarages blijkt een gemiddelde bezetting van 1.200 uur op jaarbasis afgenomen uren per parkeerplaats een reëel gemiddelde bezettingsgraad. Het aantal uren neemt toe al naargelang de garage ouder is. Aldus ontstaat een bandbreedte van tussen de 1.200 en 1.280 uren op jaarbasis per parkeerplaats. Als gevolg van het in gebruik nemen van de Keizer Karelgarage verwachten we een afname van het aantal verkochte uren per parkeerplaats. Daarna zullen de bezettingscijfers naar verwachting weer gaan stijgen. Tijdens de voorgaande telling waren er 1127 voertuigen in de garages geparkeerd, in 2013 waren dat er 1526. Het betrof hier een gecombineerde telling van garage en straatparkeren, waarbij gelijktijdig de bezetting op straat en in de garage is onderzocht.
Indicator 2.3 Betalingsgraad
3.1.Betalingsgraad is de mate waarin parkeerders betalen. Wij onderscheiden de betalingsgraad in enerzijds sec kortparkeren en anderzijds inclusief vergunningen. Kortparkeren zegt iets over de ‘betaalbereidheid’ van de bezoeker, inclusief vergunningen geeft een indicatie over het rechtmatig gebruik van het straatparkeren.
Indicator 2.4 Tevredenheid parkeren
4.1.De indicator heeft betrekking op de waardering van het aantal parkeerplaatsen (de parkeercapaciteit) in het centrum door bezoekers in de vorm van een rapportcijfer (Bron: Stadscentrummonitor 2013).
Wat hebben we ervoor gedaan
Sinds de invoering van het nieuwe parkeerbeleid in januari 2013, zijn er diverse wijzigingen doorgevoerd die hebben geleid tot een andere manier van parkeren in onze stad.
Zo hebben we:
- het avondparkeren ingevoerd, in combinatie met extra-goedkoop parkeren in garages en op enkele terreinen,
- samen met stakeholders in de stad de invoering van het avondparkeren geëvalueerd
- in de meeste ringstraten zijn overdag de parkeerplaatsen enkel bestemd voor kort parkeren (“drop & shop”), vergunninghouders parkeren tijdens de kernwinkeltijden elders
- een proef met de blauwe zone uitgevoerd
- concentrische tariefzones gecreëerd met een vanuit het centrum af aflopend tarief en/of kortere betaaltijden
- het verwijssysteem naar garages en terreinen vervangen
- de centrumgebieden A, C en D zijn samengevoegd tot één vergunninggebied
- in woongebieden hebben wij het parkeren in de directe woonomgeving zoveel mogelijk beschikbaar gehouden voor de bewoners. Waar dit onder druk komt, voeren we betaald parkeren in. Dit doen we alleen op verzoek van de bewoners zelf
- we hebben bij wijze van proef een aantal blauwe zones ingericht
- wij hebben effectief toezicht gehouden in de gereguleerde parkeergebieden en hebben daarbij oog voor de klant
- wij hebben ons beleid voortgezet om de parkeeroverlast rondom de Goffert tegen te gaan
- het Parkeerverwijssysteem is vervangen.
- Zoals uit onderstaande tabel blijkt, is er in 2013 een toename van het aantal parkeertransacties ten opzichte van 2012. Over de gehele periode maart t/m september overdag zijn er in 2013 3% meer handelingen aan de parkeerautomaten op straat verricht. We kunnen dan ook stellen dat er overdag geen terugloop is in het aantal bezoekers aan de stad. De verschuivingen van straat naar garage doen zich dan ook met name in de avonduren voor, dit is in overeenstemming met het beeld dat ook elders in deze rapportage naar voren komt en ook met de doelstellingen van het begin 2013 ingezette beleidslijn.
Verkeersveiligheid
Wat hebben we bereikt
Gelet op de prognose, die is afgeleid van de landelijk vastgestelde noodzakelijke daling van het aantal verkeersslachtoffers, zou het aantal doden en ziekenhuisgewonden in 2013 hoogstens respectievelijk 3 en 59 mogen zijn. Uiteraard willen wij niets liever dan dat er in onze stad geen verkeersslachtoffers vallen. Volgens gegevens van de politie hebben er 4 dodelijke ongevallen plaatsgevonden in 2013; dat is helaas dus hoger dan de prognose van ‘hoogstens 3’. Het aantal ziekenhuisgewonden is nog niet bekend; pas rond mei 2014 worden de ongevalscijfers van 2013 gepubliceerd.
Indicatoren
Verkeersveiligheid | Realisatie 2012 | Doelstelling 2013 | Realisatie 2013 |
3.1 Aantal doden in het verkeer | 5 | 3 | 4 |
3.2 Aantal ongevallen met ziekenhuisopname | onbekend | 57 | onbekend |
Wat hebben we ervoor gedaan
Wat hebben we er voor gedaan?
1. Vanuit het ROVG zijn er voor alle scholen verkeerseducatieprogramma's beschikbaar. Scholen kunnen zich hiervoor aanmelden via het verkeerseducatieloket. Circa een 39% van het voortgezetonderwijs en 30% van de basisscholen heeft interesse getoond en heeft in 2013 meegedaan met een educatie- of voorlichtingsprogramma. Bij een aantal scholen zijn kleinschalige fysieke maatregelen doorgevoerd (o.a. Akkerlaan en Tweede Oude Heselaan). Daarnaast zijn we ook betrokken bij een aantal schoolontwikkelingen in de stad, zoals de basisschool in Brakkenstein en in plan Laauwik.
2. In 2013 zijn er ook diverse verkeerscampagnes georganiseerd, mede met/door onze partners Veilig Verkeer Nederland, Fietsersbond en Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Gelderland (bv. ‘wij gaan weer naar school’, fietsverlichtingsacties, BOB). Ook hebben we twee fietscursussen voor senioren georganiseerd en de Drivexperience voor jonge automobilisten.
3. In samenwerking met het programma Openbare Ruimte hebben wij bij verschillende onderhoudsprojectenverkeersveiligheidsmaatregelen doorgevoerd cq verbeteranalyses opgesteld op relatief gevaarlijke wegen en kruispunten. De St. Jacobslaan is hier een voorbeeld van.
4. In een integraal overleg tussen wijkbeheer en mobiliteit worden op een pro-actieve manier vragen van bewoners uit de wijken behandeld. Deze vragen hebben veelal te maken met verkeersveiligheid. Op basis van urgentie zijn er afwegingen gemaakt voor het oplossen van de vraag van de bewoners. Door deze werkwijze zijn veel kleine verkeersvragen relatief snel opgelost.
Stimuleren deelname openbaar vervoer
Wat hebben we bereikt
2013 was het eerste jaar van de nieuwe openbaar-vervoerconcessie, die in handen is van de nieuwe vervoerder Hermes. In de eerste maanden van 2013 liepen de bussen van Hermes veel vertraging op. We hebben een aantal doorstroommaatregelen getroffen om deze situatie te verbeteren, onder meer het mogelijk maken van de linksafbeweging vanaf de busbaan Prins Mauritssingel naar de Vrouwe Udasingel.
In december 2013 is de nieuwe HOV-lijn 331 geïntroduceerd. Hiervoor hebben we in 2013 een aantal doorstroommaatregelen getroffen: aanbrengen van prioriteit bij diverse verkeerslichten (bijvoorbeeld op de Graafseweg), aanleg van de busbaan Graaf Alardsingel en de busbanen binnen Knoop Lent en planvorming voor de busbaan Woenderskamp, waarvan de oplevering medio 2014 is gepland. De busbaan stadinwaarts op de Prins Mauritssingel, die nodig is als voor het autoverkeer een derde rijstrook nodig is, staat gepland voor 2014.
Voor het HOV Beuningen – Heyendaal is nog geen concreet projectteam opgericht, maar waar mogelijk wordt deze HOV-verbinding wel meegenomen in lopende ontwikkelingen. Zo wordt in de Poort Neerbosch rekening gehouden met busbanen en –haltes voor deze verbinding, zijn maatregelen getroffen aan het begin en eind van de Burgemeester Daleslaan en wordt het HOV meegenomen in het ontwerp van de Snelfietsroute Slotemaker de Bruïneweg.
In de stationsomgeving van Nijmegen CS hebben we een aantal quick wins uitgevoerd, waardoor de veiligheid is verbeterd. Voor lijn 10 (de Heyendaal Shuttle) is een nieuwe bushalte gemaakt tegenover de Stadsregio, zodat deze shuttle sneller kan halteren en het voor reizigers duidelijker is waar ze de snelle verbinding met Heyendaal kunnen vinden. Ook de looproutes van en naar het station zijn aanzienlijk verbeterd.
In 2013 hebben we de laatste bushaltes toegankelijk gemaakt voor minder validen. Op een enkele halte na, waar geen ruimte is om op te hogen of waarbij de aanleg op korte termijn zou leiden tot een desinvestering vanwege herinrichtingsmaatregelen, zijn nu alle haltes aangepakt. De kwaliteit van de haltes is tevens verbeterd door de ver- en bijplaatsing van extra bushokjes en DRIS-panelen (Dynamisch Reizigers Informatie Systeem). Daarbij hebben we een keuze moeten maken naar gebruik van de halte en het aantal buslijnen dat passeert.
Vanaf december 2013 is Thermion in Nijmegen Noord veel beter bereikbaar per openbaar vervoer. We hebben een doorsteek vanaf de busbaan Prins Mauritssingel naar de Edith Piafstraat gemaakt en twee haltes voor en achter Thermion aangelegd.
Om de bereikbaarheid per bus tijdens de vierdaagse(feesten) te verbeteren, hebben we in samenwerking met Hermes en het ACBN drie verbeteringen doorgevoerd: een extra halte voor het nachtnet op de Singels, de introductie van een meerrittenkaart voor het nachtnet en het verbeteren van de communicatie / marketing. Een evaluatie volgt nog, maar het lijkt erop dat het aantal reizigers in het nachtnet is toegenomen. Wel is er heel duidelijk onderscheid tussen zeer drukke lijnen (vooral de streeklijnen) en veel minder drukke lijnen (vooral de stadslijnen). Samen met Hermes en ACBN bekijken we mogelijkheden om het aanbod voor 2014 te optimaliseren.
Om de parkeeroverlast in de buurten rondom het Goffert-stadion te verminderen, hebben we samen met N.E.C. en Hermes een proef uitgevoerd met een gratis pendelbus tussen Nijmegen CS en het stadion. Aan deze proef hebben we meebetaald, maar we zijn van mening dat een permanente voorziening een verantwoordelijkheid van N.E.C. is. De pendel werd hoog gewaardeerd, maar het aantal reizigers was beperkt. Daarom heeft N.E.C. besloten er geen vervolg aan te geven.
Al vele jaren zijn we in gesprek met NS, Provincie Gelderland, Stadsregio Arnhem Nijmegen en gemeente Arnhem over de aansluiting op het nachtnet van NS, tot nu toe zonder succes. In 2013 is er een voorstel gekomen voor meer latere treinen op vrijdag- en zaterdagnacht, zowel vanaf de Randstad naar Nijmegen als van Nijmegen naar de Randstad. In 2014 is besluitvorming gepland. Bij positieve besluitvorming kunnen de latere treinen vanaf december 2014 gaan rijden.
In 2013 hebben we besloten om het Veiligheidsarrangement Maaslijn voort te zetten. Samen met alle betrokken partijen wordt de veiligheid verbeterd. Op de stations Nijmegen CS en Nijmegen Heyendaal zijn informatiemarkten tegen fietsdiefstal georganiseerd. Ook worden deze stations regelmatig geschouwd om verbeterpunten te bepalen. In januari 2014 wordt een mobiel toezichtteam ingezet dat extra toezicht houdt in de trein én alle stations langs de lijn.
De discussie over de spoorlijn Nijmegen – Kleve lag na de Sintropher studie stil. In 2013 hebben wij de discussie opnieuw opgestart met de Stadsregio Arnhem Nijmegen en de gemeenten Kleve, Kranenburg en Groesbeek. Dit heeft geleid tot het besluit dat reactivering op korte termijn niet mogelijk is, dat de vier gemeenten de voorkeur hebben voor een tram, dat er een gezamenlijke lobby zal plaatsvinden voor subsidie en dat op korte termijn onderzocht wordt hoe de huidige busverbinding tussen Nijmegen en Kleve verbeterd kan worden.
2013 is het jaar waarin alle bussen (stad en streek) op groen gas zijn gaan rijden, waarmee het openbaar vervoer in deze regio een van de schoonste van Nederland is geworden.
Ook in 2013 konden de Nijmeegse 65-plussers weer een aantrekkelijk geprijst busabonnement aanschaffen voor € 21. Hiervan hebben ongeveer 10.500 mensen gebruik gemaakt. Mensen konden dat abonnement aanschaffen in de Stadswinkel, wijkcentrum Dukenburg en op het Breng loket op Nijmegen CS.
In 2013 heeft de planvorming plaatsgevonden voor de uitbreiding van het aantal fietsenklemmen bij station Nijmegen Heyendaal en de kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte. Ook hebben we 2013 gebruikt om daar financiële bijdragen voor te verkrijgen. Uitvoering vindt plaats in 2014.
We hebben in 2013 het definitieve station Nijmegen Lent geopend. Voor station Nijmegen Goffert is een realisatieovereenkomst getekend. Opening van Goffert is gepland in december 2014. Via de Stadsregio loopt de discussie met NS over de kwaliteit van de bediening van dat station.
Indicatoren
Stimuleren deelname openbaar vervoer | Realisatie 2012 | Doelstelling 2013 | Realisatie 2013 |
4.1 Aandeel OV in woon-werkverkeer | |||
4.2a Binnen Nijmegen | 4% | ||
4.2b Aandeel OV binnenstadsbezoek | 22% | ||
4.2c Tevredenheid openbaar vervoer | onbekend |
Wat hebben we ervoor gedaan
De gemeente Nijmegen is één van de spelers die werkt aan een beter openbaar vervoer, maar de gemeente heeft geen bevoegdheid voor de kwaliteit van het lijnennet. Als wegbeheerder kunnen we daar wel een bijdrage aan leveren. OV-bedrijf Hermes is de concessiehouder van het openbaar vervoer in de regio Arnhem Nijmegen en de Stadsregio Arnhem Nijmegen is opdrachtgever van Hermes.
We hebben op reguliere basis overleg gevoerd met de concessiehouder HERMES,de concessieverlener: stadsregio en bewoners en overige stakeholders van onze stad. De tijdens deze overleggen aangedragen verbeterpunten op het gebied van openbaar vervoer hebben we voor zover mogelijk in uitvoering genomen.
Stimuleren fietsgebruik
Wat hebben we bereikt
In 2013 hebben wij opnieuw belangrijke stappen gezet om te komen tot een netwerk van hoogwaardige netwerk van snelfietsroutes, conform de nota Nijmegen Duurzaam Bereikbaar. Snelfietsroutes dragen bij aan een vergroting van het fietsgebruik en het het regionale woon-werkverkeer per fiets.
We zijn voor meerdere fronten bezig geweest met de realisatie, planvoorbereiding en planvorming van nieuwe snelfietsroutes, en nadrukkelijk in regionaal verband. Waar mogelijk proberen wij fietsroutes door autoluwe gebieden te leggen, en niet langs drukke verkeerswegen. Deze routes dienen tevens als veilige schoolroutes.
De belangrijkste projecten in 2013 waren: snelfietsroute Nijmegen-Beuningen via de stamlijn; RijnWaalpad westelijk tracé met fietsbrug Graaf Alardsingel; aanleg fietstunnel Poort Neerbosch en aanleg fietsstraat Dennenstraat. Een niieuw project in 2013 is de start van het project snelfietsroute Nijmegen-Cuijk, waarmee een nieuwe hoogwaardige snelfietsroute ontstaat vanuit Nijmegen naar Malden, Molenhoek, Mook en Cuijk via een nieuwe fietsbrug over de Maas.
Ook is in 2013 duidelijk geworden dat de aanleg van de fietstunnel onder de Prins Mauritssingel in Lent haalbaar is.
De snelfietsroute naar Beuningen via de stamlijn en het Waalfront -2,7 km fietspad zonder stops- hebben we afgerond en geopend in 2013. Het is inmiddels een veelgeloofde en veelgebruikte fietsroute.
Ook bij het gereedkomen van het RijnWaalpad -snelfietsroute van Arnhem naar Nijmegen- hebben we in 2013 grote stappen gezet. De route door Lent naar Ressen is in noordelijke richting verlengd met een nieuw tracé door dorp Ressen en een nieuwe fietstunnel onder de A15.
Het westelijk tracé van de snelfietsroute naar Arnhem is gerealiseerd. Essentieële schakels hierin zijn fietsbrug het ’t Groentje over de Graaf Alardsingel en de onderdoorgang bij station Lent. Het westelijk tracé fungeert feitelijk als verlengstuk van de Snelbinder naar het noorden, met een ligging aan de westkant van het spoortalud.
Een belangrijke prioriteit voor het stadsbestuur is de verduurzaming van het stedelijk verkeerssysteem in NIjmegen Noord. Het betreft hier de realisatie van de fietstunnel Prins Mauritssingel ter hoogte van de Laauwikstraat, onderdeel van Knoop Lent. In 2013 is duidelijk geworden dat de financiering hiervan rond is gekomen, door aanzienlijke cofinancieringsbijdragen, ondermeer van het ministerie van Infrastructuur en Mobiliteit, de provincie Gelderland en de Stadsregio Arnhem-Nijmegen. Wij zijn gestart met de voorbereiding gericht op realisatie.
De snelfietsroute naar Beuningen kent ook een zuidelijke tak gericht op campus Heyendaal. In 2013 hebben we belangrijke stappen gezet in de financiering en realisatie van deze route. Belangrijke highlight hierbij is het raadsbesluit over de realisatie van de fietstunnel bij het kruispunt Neerbosch, waarmee de fietsroute vanuit Beuningen via Kinderdorp Neerbosch met 600 m. wordt verkort. Ook is in 2013 de ombouw van de Dennenstraat (1,2 km lang) van start gegaan. De fietsstraat Dennenstraat is een concrete invulling van het beleidsvoornemen om meer schone luchtroutes te maken.
De combinatie van fiets met trein is een krachtige. In 2013 hebben we een tijdelijk parkeerterrein voor fietsers geopend achter gebouw Metterswane. Dit terrein voorziet nadrukkelijke in een behoefte en is het bewijs dat de populariteit van de fiets (in combinatie met de trein) nog steeds toeneemt.
Het terrein is tijdelijk in afwachting van het nieuwe fietstransferium onder Doornroosje, het nieuwe poppodium naast station Nijmegen. In 2013 hebben wij veel energie gestoken in de bouw en inrichting van het fietstransferium dat zo'n 4000 plaatsen gaat tellen. Dit project is mede mogelijk door een bijdrage van € 2,25 miljoen vanuit ProRail.
De fietsontsluiting van transferium Ressen is verbeterd nu de snelfietsroute Nijmegen-Arnhem gereed is tot Elst Westeraam, door aanleg van een nieuwe fietstunnel onder de A15 bij Ressen.
Eind 2013 is de nieuwe fietsparkeergarage onder Plein 1944 opengegaan. Deze gratis-bewaakt fietsenstalling is een belangrijke toevoeging aan het fietsparkeersysteem in de binnenstad. De fietsenstalling heeft zo'n 950 plaatsen -hartje stad- en is daarmee een belangrijke nieuwe kwaliteit voor het fietsparkeren.
Waar mogelijk, bij herstructurering van wegen, dragen wij bij aan het programma Openbare Ruimte om zodoende fietspaden in rood asfalt uit te voeren. In dit kader hebben in 2013 een bijgedragen aan het project reconstructie St.Jacobslaan, met aanleg van vrijliggende fietspaden.
Vanuit de aanleg van de stadsroute S100 zijn rondom het kruispunt Jonkerbos de fietspaden geasfalteerd.
Indicatoren
Stimuleren fietsgebruik | Realisatie 2012 | Doelstelling 2013 | Realisatie 2013 |
5.1. Aandeel fiets in woon-werkverkeer in de stad | 59% | 65% | 64% |
5.2 Aandeel fiets in het binnenstadbezoek | 58% | 62% | 65% |
5.3 Waardering bereikbaarheid fiets | 7,6 | 7,9 | 7,7 |
5.4 Waardering fietsstalling | 5,9 | 7,0 | 6,1 |
Wat heeft het gekost
Mobiliteit | Begroting primitief | Begroting dynamisch | Rekening 2013 | Verschil Bdyn - rek |
* € 1.000,- | ||||
Financiële lasten per product | ||||
Openbaar vervoer | 1.778 | 2.773 | 2.131 | 642 |
Parkeren + regulering | 14.045 | 13.899 | 13.792 | 107 |
Verkeer | 2.293 | 2.029 | 2.115 | -85 |
Totaal lasten per product | 18.116 | 18.702 | 18.038 | 664 |
Financiële baten per product | ||||
Openbaar vervoer | -500 | -1.547 | -905 | -642 |
Parkeren + regulering | -17.628 | -16.228 | -16.190 | -39 |
Verkeer | 0 | -180 | -231 | 51 |
Totaal baten per product | -18.128 | -17.955 | -17.326 | -629 |
Totaal Mobiliteit | -12 | 746 | 712 | 35 |
Toelichting financiën
Het programma Mobiliteit laat een positief saldo zien van € 35.000. Dit saldo is de som van een voordeel op de lasten van € 6,6 ton en een nadeel op de baten van € 6,3 ton.
De afwijkingen op baten en lasten hangen grotendeels met elkaar samen, een aantal gesubsidieerde projecten van het product Openbaar Vervoer zijn goedkoper uitgevallen of naar 2014 doorgeschoven; aanpassing kruisingen HOV-lijn 331 de uitvoering van kleine infrastructurele aanpassingen, station Heijendaal, Busroute Laauwik en BRENG naar de Wal. Per saldo leidt dit tot € 7,2 ton lagere lasten. Een technische correctie in verband met het afschaffen van de doorbelasting interne parkeervergunningen geeft een voordeel op de lasten van € 2,2 ton. Deze correctie leidt tot een even groot nadeel bij de baten. Door het tussentijds activeren van investeringen is een nadeel van € 140.000 op rentekosten ontstaan. Bij verkeer boeken we een nadeel van € 85.000 door hoger uitgevallen bijdragen aan de Diemerbroeckstraat. Openbaar vervoer voor ouderen geeft een nadeel van € 75.000. De ingeboekte bezuiniging op dit budget hebben we niet kunnen realiseren doordat er meer ouderen van de regeling gebruik hebben gemaakt. We boeken een nadeel van € 50.000 door hogere kosten fietsparkeren. Bij de voorjaarsnota 2013 hebben we een voordeel op het budget voor fietsvoorzieningen geboekt. De inschatting van dit voordeel blijkt nu te optimistisch. Ten slotte zijn er overige verschillen die optellen tot een voordeel van € 70.000.
Bij de baten wordt het nadeel van € 6,3 ton voor € 6,4 ton veroorzaakt door lagere subsidies vanwege uitgestelde of goedkoper uitgevallen projecten openbaar vervoer (zie bovenstaand). Een technische correctie in verband met het afschaffen van de interne parkeervergunningen geeft een nadeel op de baten van € 2,2 ton. Deze correctie leidt tot een even groot voordeel bij de lasten. Door een gunstige omzetontwikkeling in het vierde kwartaal 2013 realiseren we een voordeel op de omzet parkeren (incl naheffingsaanslagen) van € 2,2 ton. De omzet parkeervergunningen blijft € 60.000 op de begroting achter. Deze achterstand wordt met name veroorzaakt door een nog te versturen factuur personeelsabonnementen CWZ over het vierde kwartaal en het minder verkopen van de Meerdagenkaarten. Dit kunnen we compenseren door een hogere omzet legesinkomsten van € 50.000. Diverse overige verschillen tellen op tot een voordeel van € 20.000.
Begrotingsrechtmatigheid
Er is geen sprake van begrotingsonrechtmatigheid.
Begrotingswijzigingen van primitief naar dynamisch
1072 Mobiliteit bedragen * € 1.000- | Besluit niveau | Besluit datum | agenda punt | Baten | Lasten | Saldo |
Primitief | -18.128 | 18.116 | -12 | |||
Wijzigingen | 173 | 585 | 758 | |||
BW-01249 Voortgang snelfietsroute Nijmegen-Beuningen | Raad | 17 apr '13 | 44/2013 | -100 | 100 | 0 |
BW-01263 Voorjaarsnota 2013 | Raad | 26 jun '13 | 90/2013 | 1.400 | -180 | 1.220 |
BW-01264 Voorjaarsnota 2013 kapitaallasten | Raad | 26 jun '13 | 90/2013 | -832 | -832 | |
BW-01288 Najaarsnota 2013 | Raad | 20 nov '13 | 143/2013 | -1.080 | 1.450 | 370 |
BW-01289 Najaarsnota 2013 technische wijzigingen | Raad | 20 nov '13 | 143/2013 | -47 | 47 | 0 |
Totaal 1072 Mobiliteit | -17.955 | 18.702 | 746 |
Risico's
In de Perspectiefnota 2014 en in de Stadsbegroting 2014 is structureel € 1,4 miljoen en € 0,8 miljoen , in totaal € 2,2 miljoen, aan de begroting omzet parkeren toegevoegd. Met deze bijstellingen en met de tariefsaanpassingen voor 2014 verwachten we de begroting 2014 te realiseren. Als gevolg van bijvoorbeeld de economische crisis, maar ook door gewijzigd inkoopgedrag door de komst van internetaankopen, kunnen de parkeeropbrengsten tegenvallen. Zo'n terugval kan zich snel voordoen, terwijl beheersmaatregelen meestal meer tijd kosten. Derhalve hebben we het risico op tegenvallende opbrengsten verlaagd van € 1,4 miljoen naar € 0,5 miljoen. De ontwikkeling van de parkeeropbrengsten blijven we volgen en melden we terug in de maraps. We zullen dit risico actualiseren als dit nodig is.
Met het bovenstaande leidt dit tot het volgende totaaloverzicht van negen risico’s binnen het programma 1072 Mobiliteit voor de jaarrekening 2013:
- De binnenstadafsluiting valt uit. Dit kan leiden tot een chaotische en onveilige verkeerssituatie, slechte bereikbaarheid van winkels, overlast voor de bewoners en eventuele schadeclaims.
- Een toezichthouder wordt agressief bejegend door een derde wat kan leiden tot geestelijk en/of lichamelijk letsel bij de medewerker.
- De communicatiemiddelen vallen uit. Mogelijke onveilige situaties voor toezichthouders en het risico dat toezichthouders wegens onbereikbaarheid niet meer goed ingezet kunnen worden bij calamiteiten.
- Als gevolg van bijvoorbeeld de economische crisis, maar ook gewijzigd inkoopgedrag door de opkomst van internetaankopen, kunnen de parkeeropbrengsten tegenvallen. Zo'n terugval kan zich snel voordoen, terwijl beheersmaatregelen meestal meer tijd kosten. Minder parkeeropbrengsten dan begroot; waardoor ook de bestedingen gevaar lopen.
- In 2014 worden, grotendeels in samenhang met de opening van de stadsbrug, een aantal grote infrastructurele projecten uitgevoerd: Groene Route, Bewegwijzering, Vervanging Vidiwall. Er zijn diverse risico's: voldoende onderlinge afstemming tussen de uitvoering van de projecten, tijdig gereed, financiële en inhoudelijke tegenvallers, afhankelijkheid van externe factoren die niet te beïnvloeden zijn (weer, procedures etc). Gevolgen kunnen zijn dat projecten te laat worden opgeleverd, dat er suboptimale resultaten worden bereikt, dat een en ander duurder uitvalt dan begroot.
- Files als gevolg van grote werkzaamheden en/of calamiteiten. Files kun je economisch waarderen. Met de voertuigverliesuren wordt de gemiddelde vertraging aangegeven in uren. Het is de gemiddelde vertraging die één voertuig ondervindt ten opzichte van reistijd bij maximale snelheid vermenigvuldigd met het totaal aantal voertuigen dat vertraging ondervindt. Daarnaast kunnen files leiden tot bestuurlijk imago-afbreuk door een slechtere economische bereikbaarheid van de stad.
- Stroomuitval of er doet zich een calamiteit voor in een parkeergarage. Wanneer zoiets voordoet wordt de garage direct ontruimd en/of (voor langere tijd) gesloten. Niet voorziene kosten en/of inkomstenderving kan het gevolg zijn.
- De parkeerautomaten werken niet meer door een ICT-probleem. Er kan geen parkeergeld geïnd worden.
Stroomuitval Verkeers Management Centrale (VMC). De “roadbarriers” werken niet meer waardoor het toelatingsbeleid niet geëffectueerd kan worden, het reizigersinformatiesysteem kan niet meer beheerd worden waardoor de er geen of verkeerde informatie op de borden komt te staan, er worden geen storingsmeldingen meer gedaan waardoor de onderhoudsploegen niet aangestuurd kunnen worden en er meer storingen aan parkeerapparatuur blijven bestaan en er is geen communicatie meer met de diverse locaties waardoor de parkeergarages niet meer op afstand bediend kunnen worden. Tenslotte kunnen de beveiligings- en de verkeercamera's niet worden uitgekeken waardoor onveilige situaties kunnen optreden en het nemen van verkeermaatregelen niet langer mogelijk is.