Product Armoedebestrijding
Omschrijving
In ons armoedebeleid staat het voorkomen en bestrijden van armoede en sociale uitsluiting voorop. Om dit te bereiken, kunnen inwoners met een laag inkomen een beroep doen op regelingen uit ons minimabeleid. Ook bieden wij schuldhulpverlening aan alle inwoners met bestaande of dreigende schulden.
Ons minimabeleid richt zich vooral op de participatie van mensen die niet (zelf) in staat zijn om hun inkomenspositie te verbeteren door werkaanvaarding. Hierbij richten we ons ten eerste op kinderen in gezinnen met lage inkomens en daarnaast op chronisch zieken, gehandicapten en ouderen. Voor kinderen vinden wij het belangrijk dat zij deel kunnen nemen aan activiteiten gerelateerd aan sport, cultuur en school. Daarom is er voor gezinnen met een laag inkomen een Kinderfonds. Voor chronisch zieken, gehandicapten en ouderen hebben we een regeling ter compensatie van de meerkosten waar deze doelgroep mee geconfronteerd wordt. Naast deze specifieke regelingen, kunnen inwoners ook aanspraak maken op incidentele uitkeringen voor noodzakelijke bijzondere kosten en deelnemen aan een collectieve aanvullende ziektekostenverzekering. Langdurige minima met geen of weinig arbeidsperspectief komen in aanmerking voor een jaarlijkse inkomensaanvullende toeslag, de Langdurigheidstoeslag. In 2010 hebben we een beweging ingezet die de uitvoering van ons minimabeleid efficiënter maakt. Zo kunnen verschillende regelingen via één formulier worden aangevraagd, maken we slimmer gebruik van bekende informatie over de klant en is de controle vereenvoudigd. In 2011 en 2012 hebben we deze werkwijze geïmplementeerd en blijven we ook in 2013 inzetten op een efficiënte uitvoering.
Naast het minimabeleid is schuldhulpverlening de tweede pijler binnen ons armoedebeleid. Schulden zijn een breed maatschappelijk probleem en komen in alle bevolkingsgroepen voor. Schulden zijn belangrijke belemmeringen voor (volwaardige) participatie. We vinden het uit sociaal oogpunt niet aanvaardbaar en economisch niet verantwoord wanneer mensen buiten de samenleving staan. Om deze redenen investeren we in ondersteuning bij financiële problemen. We willen schuldhulpverlening voor alle Nijmegenaren beschikbaar houden. Om de wacht-en doorlooptijden beheersbaar te houden, moeten we keuzes maken in de dienstverlening die voor diverse groepen wordt ingezet. We bieden daarom de komende jaren twee typen dienstverlening aan:
- een brede, laagdrempelige basisdienstverlening voor ondersteuning bij financiële problemen;
- een beperkte, specialistische, gemeentelijke schuldhulpverlening.
Om de brede, laagdrempelige basisdienstverlening voor ondersteuning bij financiële problemen te realiseren is de inzet van diverse organisaties in het maatschappelijk middenveld noodzakelijk.
Financieel overzicht
Armoedebestrijding | Begroting primitief | Begroting dynamisch | Rekening 2013 | Verschil Bdyn - rek | |
* € 1.000,- | |||||
Financiële lasten per product | |||||
60132 Bijz.bijstand | 12.296 | 12.246 | 12.723 | -477 | |
61072 Maatschappelijke participatie | 584 | 634 | 634 | 0 | |
61099 Schuldhulp en -preventie | 3.679 | 3.679 | 3.550 | 129 | |
Totaal lasten product | 16.559 | 16.559 | 16.907 | -348 | |
Financiële baten per product | |||||
60132 Bijz.bijstand | -390 | -390 | -977 | 587 | |
61072 Maatschappelijke participatie | 0 | 0 | -1 | 1 | |
61099 Schuldhulp en -preventie | -828 | -828 | -395 | -432 | |
Totaal baten product | -1.218 | -1.218 | -1.373 | 156 | |
Totaal product | 15.341 | 15.341 | 15.534 | -193 |
Toelichting financiën
Product armoedebestrijding
Begroting dynamisch | Rekening | |||
2013 | 2013 | VERSCHIL | ||
Lasten | € 16.559 | € 16.907 | € 348- | |
Baten | € 1.218 | € 1.373 | € 156 | |
Saldo | € 15.341 | € 15.534 | € 193- |
Bedragen in duizenden euro’s
Toelichting op productniveau is identiek aan toelichting op programmaniveau met 1 aanvulling. Op productniveau is onderaan deze toelichting in ROOD aangegeven wat de verklaring is voor de verschillen met de NJN melding.
Bij het product Armoedebestrijding realiseren wij een nadeel van € 0,2 mln (afgerond ruim € 0,3 mln nadeel op de lasten en kleine € 0,2 mln voordeel op de baten).
Binnen programma middelen realiseren wij op een aantal aan Armoedebestrijding gerelateerde ‘stelposten’ een voordeel van een kleine € 0,6 mln. (€ 556.000). Dit voordeel moet feitelijk ‘gekoppeld’ worden aan het hier gepresenteerde nadeel (zoals inmiddels ook verwoord in het College- en Raadsvoorstel ‘verzamelvoorstel Werk en Armoedebestrijding’ zoals eind december jl. in routing gebracht). ‘Onderliggend’, gaat het voor Armoedebestrijding dus feitelijk om een voordeel van € 0,4 mln.
NB: Het begrote ‘saldo’ van € 15,3 mln wordt gedekt uit de algemene middelen.
Lasten
Het nadeel op de lasten van ruim € 0,3 mln. wordt vooral veroorzaak door:
- Hogere lasten binnen individuele bijzondere bijstand van € 1,2 mln (n). Dit nadeel hangt samen met het voordeel op de terugvorderingen van een kleine € 0,6 mln (zie baten). Per saldo (lasten en baten) realiseren wij op de bijzondere bijstand dus een negatief resultaat van € 0,6 mln. Het nadeel wordt met name veroorzaakt door hogere lasten voor budgetbeheer en bewindvoering van ongeveer € 0,6 mln (n). Er is sprake van een toename van het aantal toewijzingen door de rechter van beschermingsbewind. Voor de kosten van beschermingsbewind is bijzondere bijstand mogelijk. Een gelijksoortige kostentoename zien wij ook in andere gemeenten.
- Op het budget CAZ (Collectieve aanvullende verzekeringen) zien wij een voordeel van € 0,1 mln (v). De aantallen verzekerden liggen hier iets lager dan begroot (als gevolg van wijziging inkomensgrens).
- Op het budget LDT (langdurigheidstoeslag) zien wij een voordeel van € 0,2 mln (v) als gevolg van een wetswijziging per 1-7-2013 waardoor het niet langer mogelijk is om met terugwerkende kracht over eerdere jaren LDT aan te vragen.
- Voordeel van ruim € 0,3 mln (v) lagere interne doorbelasting aan SHV (schuldhulpverlening; zie ook de toelichting hieronder onder baten). Dit betreft puur een intern voor- en nadeel dat per saldo nul euro is. E.e.a. heeft te maken met inperking van doelgroep voor de gemeentelijke SHV waardoor ook kritisch wordt gekeken naar de inzet van budgetbeheer tijdens een schuldverleningstraject
- Overige kleine voordelen die bij elkaar optellen tot een voordeel van een kleine € 0,3 mln (v) (o.a. iets over gehouden op subsidiebudget bijzondere bijstand, klein voordeel op regeling Chronisch zieken en voordeel op lastenbudgetten SHV o.a. omdat het ‘noodfonds’ in 2013 niet is aangesproken).
Baten
Het voordeel op de baten van een kleine € 0,2 mln wordt vooral veroorzaakt door:
- Hogere baten binnen bijzondere bijstand van een kleine € 0,6 mln (v). Dit voordeel hangt overigens samen het nadeel op de lasten individuele bijzondere bijstand van € 1,2 mln (zie verder ook de toelichting onder lasten). In z’n algemeenheid kan gesteld worden dat het voordeel van € 0,6 mln op de baten een verband houdt met de toegenomen verstrekkingen bijzondere bijstand. Vandaar ook dat onder de lasten de per saldo ‘netto lasten’ verschillen worden verklaard.
- Nadeel van ruim € 0,3 mln (n) lagere interne doorbelasting vanuit Bijzondere bijstand (zie ook de toelichting hierboven onder lasten). Dit betreft puur een intern voor- en nadeel dat per saldo nul euro is.
- Overige kleine nadelen die bij elkaar optellen tot een nadeel van een ongeveer € 0,1 mln (n). Deze hebben m.n. te maken met de lagere gerealiseerde rentebaten op SHV leningen. Dit nadeel is overigens voor een deel te relateren aan het voordeel zoals benoemd onder de lasten (‘overige voordelen SHV’).
Vergelijking met melding NJN
In de NJN melden wij hier een risico van onderliggend € 0,6 mln (nadeel). Wij gingen toen nog uit van een stelpost (zie toelichting hierboven) die zou overkomen vanuit programma Bestuur & Middelen van € 0,4 mln. Per saldo melden wij inclusief deze stelpost dus een overgebleven risico bij de NJN van € 0,2 mln (Nadeel). Omdat de stelpost uiteindelijk niet is overgekomen, zie nogmaals toelichting hierboven, zien we nu dus bij de jaarrekening dat het onderliggende risico van € 0,6 mln uiteindelijk is omgebogen naar een nadeel van ‘slechts’ € 0,2 mln. Belangrijkste verklaringen voor deze ombuiging van € 0,4 mln zijn: per saldo zijn de lasten toch iets positiever uitgekomen dan toen ingeschat (o.a. CAZ, individuele bijstand en regeling Chronisch zieken)